Sign up with your email address to be the first to know about new products, VIP offers, blog features & more.

De Indische Kwestie – nog lang niet opgelost!

De laatste tijd staat de “Indische kwestie” weer volop in de belangstelling. De kwestie heeft als oorsprong de Tweede wereldoorlog in Indonesië, en de afwikkeling daarna van de koloniale bezetting van Indonesië door Nederland. Tijdens de Japanse bezetting zijn de salarissen van militairen en ambtenaren (veelal in krijgsgevangenschap) niet doorbetaald. Ook is er geen compensatieregeling voor opgelopen schade, zoals wel bij de “Nederlandse Nederlanders”. En er is geen officieel excuus gemaakt voor de niet bepaald warme ontvangst van de Indische Nederlanders bij de (gedwongen) repatriëring die het gevolg was van de onafhankelijkheid.

De afgelopen jaren zijn hierin wel stappen gezet, maar gezocht wordt nog naar een “finale oplossing”. Er is enige haast bij, want het aantal mensen dat in aanmerking zou komen daalt snel. En, zoals Peter Flohr stelt, “De groep eerste generatie oorlogsgetroffenen wordt met het jaar kleiner en kleiner. Voor de tweede en volgende generaties wordt steeds belangrijker dat de Indische Kwestie eindelijk opgelost wordt: “Geërfd leed hakt er misschien wel dieper in dan beleefd leed” “. “Oplossing” betekent hier dus kortweg: geld + erkenning.

Steeds meer wordt bekend welke effecten een traumatische ervaring van ouders kan hebben op hun kinderen. In het geval van leed geleden in of door een oorlog is al geruime tijd duidelijk dat ook de kinderen hiervan last kunnen hebben. Zelfs (of misschien wel juist) in die gevallen waarin de ouders er niet over hebben willen spreken – veelal omdat zij er zelf niet toe in staat waren te reflecteren op het hen aangedane leed en onrecht. Liever werken aan de wederopbouw of het verwerven van een positie in het “nu”, dan terugkijken op het afschuwelijke verleden.

Hoe liefdevol je als ouders ook staat tegenover je kinderen, en hoezeer je ook alle mogelijke moeite doet om hen te faciliteren en in vrede op te laten groeien, het is onmogelijk om te voorkomen dat het verleden doorsijpelt in je gedrag. Dat kan expliciet zijn, bijvoorbeeld door je kinderen te leren dat “ze hun best moeten doen, maar niet teveel moeten opvallen” – een tegenstrijdig mandaat, dat in zekere zin karakteristiek lijkt voor de groep Indische Nederlanders; maar veel meer nog is er een impliciete overdracht, waarin onbewust signalen worden gegeven die hun oorsprong hebben in het verleden.

Het is onontkoombaar, we doen het allemaal, en het is normaal gesproken ook niet erg.

Echter, in het geval van een traumatisch verleden kunnen kinderen op onbewust niveau het verdriet en de pijn van hun ouders overnemen. Of zich dat uit, en zo ja, op welke manier, hangt erg af van het karakter van het kind, de plaats in het gezin, en de huidige omstandigheden. Zolang de omstandigheden op een gunstige manier een stuwende kracht vormen in het leven van de kinderen hoeft er weinig last te ontstaan.

Maar er kunnen ook periodes zijn waarin het kind zich ontworteld voelt, niet weet wat het wil of wie het is. Zo’n periode kan bijzonder heftig zijn, en leiden tot moeilijk te duiden angsten en stemmingsstoornissen, depressiviteit of erger. De oorzaak is dat het kind zich heeft gespiegeld aan gedrag dat gestoeld is op trauma’s van voor de eigen geboorte. Stemmingen, gevoelens en reacties die niet gerelateerd zijn aan een eigen ervaring of aansluiten bij de actuele situatie. Dit is zeer verwarrend, want het (inmiddels veelal volwassen) kind kan ze niet plaatsen. De gevoelens krijgen zodoende geen wortel in het hier en nu, en daarmee raakt het kind ook de verbinding kwijt met de realiteit! En toch – de opvoeding was toch liefdevol? Met alle mogelijkheden tot ontplooiing?

Het is de vraag of de voorgestelde “oplossing van de Indische Kwestie” voor de tweede en volgende generaties afdoende helpt. De problematiek is immers niet direct gerelateerd aan eigen ervaring. Dus de erkenning dat je ouders hebben geleden helpt de kinderen niet. Zij moeten niet alleen eerst begrijpen dat hun eigen onrust onbewust is overgeërfd, maar dit ook voelen en weten te integreren in hun leven. Pas dan kunnen zij loskomen van het verleden van hun ouders, waar zij geen deel aan hadden. In die zin hakt geërfd leed er misschien inderdaad wel dieper in dan (zelf) beleefd leed …

Om de “Indische Kwestie” (en alle andere oorlogsgerelateerde kwesties) definitief op te lossen is meer nodig. Het mechanisme waardoor trauma’s naar volgende generaties worden overgedragen en hoe het zich manifesteert, zullen we beter moeten gaan begrijpen.  We zullen moeten investeren in de ontwikkeling en implementatie van hulpverlening die is toegespitst op deze problematiek, vergezeld van voorlichting om mensen die het betreft de weg te laten vinden naar die hulpverlening. Het zou van wijsheid getuigen als de discussie rond de afwikkeling van oorlogsleed zich verder zou verbreden dan uitsluitend de individuele financiële compensatie. Pas dan zullen we in de loop van de tijd de wonden kunnen laten helen, en zal het effect van generatie op generatie kleiner kunnen worden.